Soorten rugpijn.
Welk type heb jij?
Het BACPAP-framework (2024) onderscheidt drie typen rugpijn op basis van het onderliggende pijnmechanisme. Begrijpen welk type pijn je hebt, helpt bij het kiezen van de juiste aanpak.
Nociceptieve pijn
Een lokaal signaal uit het weefsel zelf
Nociceptieve pijn ontstaat door daadwerkelijke of dreigende weefselbeschadiging. Dit is het meest “klassieke” type pijn: je lichaam detecteert een probleem en stuurt een pijnsignaal.
Kenmerken
- Duidelijke aanleiding (tillen, plotse beweging, val)
- Pijn is lokaal en proportioneel aan de trigger
- Reageert goed op rust, ijs/warmte en NSAIDs
- Geneest meestal binnen 6-12 weken
Voorbeelden: acute spierstrain, ligamentaire overrekking, facetgewricht irritatie.
Neuropathische pijn
Pijn reist mee langs het verloop van een zenuw
Neuropathische pijn wordt veroorzaakt door schade aan of compressie van een zenuw. Het zenuwstelsel zelf is de bron van de pijn, niet het omliggende weefsel.
Kenmerken
- Schietende, brandende of stekende pijn
- Uitstraling naar bil, been of voet (sciatica)
- Tintelingen, gevoelloosheid of spierzwakte
- Volgt vaak het verloop van een specifieke zenuw (dermatoom)
Voorbeelden: hernia (HNP) met zenuwcompressie, lumbale spinale stenose, diabetische neuropathie.
Nociplastische pijn
Een klein signaal, versterkt door het pijnsysteem
Nociplastische pijn is het nieuwste en meest revolutionaire concept in de pijnwetenschap. De term werd in 2017 door de IASP (International Association for the Study of Pain) geintroduceerd. Bij dit type pijn is er geen duidelijke weefselschade of zenuwbeschadiging, maar is het pijnsysteem zelf overgevoelig geworden.
Kenmerken
- Geen duidelijke structurele oorzaak op scans
- Pijn is wijdverspreid, wisselend in locatie en intensiteit
- Versterkt door stress, slaapgebrek, angst en catastroferen
- Reageert niet of slecht op standaard pijnmedicatie
- Baat bij pijneducatie, CGT, PRT en graded exposure
Belangrijk: Dit is het meest relevante type voor chronische rugpijn. Veel mensen met langdurige rugklachten hebben een nociplastisch pijnmechanisme, ook al is er ooit een duidelijke fysieke trigger geweest. Het pijnsysteem is als het ware “blijven aanstaan”.
Kanttekening: de typen overlappen
De drie typen zijn geen losstaande diagnoses. In de praktijk is er vaak overlap: meerdere pijnmechanismen kunnen tegelijk een rol spelen en mengbeelden komen veel voor. Zie deze indeling dus als een hulpmiddel om over je pijn na te denken, niet als hokjes waar je precies in moet passen.
Nociplastische pijn is bovendien de naam van een pijnmechanisme, geen aantoonbare afwijking: anatomisch is dit nog niet goed aanwijsbaar. Het label zegt iets over hóé de pijn werkt, niet over een structurele beschadiging die op een scan te zien is.
Kernboodschap
Pijn is altijd echt, ongeacht het type. De drie pijntypen kunnen naast elkaar bestaan en in de loop van de tijd veranderen. Begrijpen welk mechanisme dominant is, helpt bij het kiezen van de meest effectieve behandeling. Bij chronische rugpijn speelt nociplastische pijn vaak een grotere rol dan gedacht.
Volgende stap